verhaal 135: De juiste man

Eenmaal gewend aan de herfst is het, zeker in onze omgeving, een topseizoen. De bomen kleuren in alle tinten en laten hun vruchten vallen. Het is een slecht jaar voor eik en beuk, de droogte van vorig jaar heeft nog haar weerslag, maar de tamme kastanje draagt dit seizoen volop.

Dus niet alleen op de fiets door de bossen van Gees, maar ook op de knieën. Het verzamelen is nog het minste werk, maar als uiteindelijk de verwerking klaar is noemen we het culinair ¨crème de marrons¨ en is het een heerlijk in de cheesecake of in een bonbon. De kastanjes die overblijven komen op de voedertafel en zijn al snel een prooi voor de Witteveense Eekhoorns.

Tijdens zo´n fietstocht probeerde een vrouw mijn aandacht te trekken…

¨bent U hier bekend ?!¨ schreeuwde zij.

Uiteraard stapte ik af, nogal in de stress vroeg zij of ik het telefoonnummer van de beheerder had. Een lastige, ietwat onduidelijke vraag, maar al snel begreep ik haar overslaande stem. Ook een luid gemekker maakte mij duidelijk dat er paniek was. Een geit zat met de hoorns in het hek van de Hoge Stoep.


In plaats van de heide vrij van gras te houden had het beest geprobeerd aan het blad van de struiken aan de andere kant van het hek te knabbelen. Domme eikel hij, het was een bok, zat muurvast.

Voor mij hét moment om mijn Witteveense mannelijkheid te bewijzen. Een geit is van oudsher bekende Witteveense kost en als fietser heb je altijd wat materiaal bij de hand om de ergste pech te verhelpen. Voorzichtig..riep zij, toen ik de geit met mijn rechterhand bij de hoorns vatte. Met mijn linker knipte ik met mijn tang het gaaswerk aan stukken.

Motte

Omdat de herfstzon lekker scheen, verder doorgefietst naar de Motte….. de watte vraagt U zich af ? Een motte is een kunstmatige heuvel waarop vroeger een bouwwerk stond. Niet alleen de hunebedden en grafheuvels zijn stokoude elementen in ons landschap. Op een motte stond vroeg in de middeleeuwen een klein kasteel of fort. Rond de motte vlakbij Gees en Zwinderen is nog een soort gracht te herkennen. Pas enkele jaren ken ik deze verborgen plek, nu staat er echter vlakbij een toeristisch bord. Toch is het er vrijwel altijd rustig. Vlinders en libellen zijn er nog volop, soms ook zie je er een slang. En..er staat ook een Westmalle bankje.

Een term voor persoonlijk gebruik, maar mijn voornemen is om bij die bankjes in de natuur waar de hemel voor het grijpen ligt, enkele flesjes trappist te verstoppen. Zo´n bankje hoeft niet perse in de buurt te liggen. Maar altijd is het een plek waar je lekker in de eerste warme lentezon of in de late herfstzon kunt zitten. Het is er altijd rustig en er hoort een verhaal bij, een historische plek, een bijzondere waarneming of gewoon je enorm thuis te voelen.

Wat dat betreft komen er in de omgeving steeds meer plekjes, dichtbij het hiernamaals.