verhaal 23: De duim

De Duim

Inmiddels verschijnt deze column een jaar in SenO en regelmatig krijg ik direct of indirect positieve reacties, altijd leuk, mijn dank hiervoor. Als je benieuwd bent naar de oudere versies, je kunt ze op de site van SenO teruglezen.

Toch is een veelgehoorde opmerking dat het allemaal niet waar kan zijn, de duim van Joep dreigt een begrip te worden in Witteveen en omstreken. Vooral de waarnemingen van de Zeearend doen mensen twijfelen. Toch geen waarneming is gelogen.

Het lijkt misschien veel minder spektakel als ik verhaal over een pieper, die ik gezien heb. De pieper is niet alleen een aardappel maar óók een vogeltje, dat sterk lijkt op een mus. Daarnaast kent deze soort vele ondersoorten. Als je een pieper ziet en je loopt door de duinen is het een duinpieper, in het bos is het een bospieper en in het gras…uiteraard een graspieper. Een stuk moeilijker wordt het in de buurt van een stroompje of rivier…is het een oeverpieper of een waterpieper

Ruige rijp

Hoewel ik de vergelijking vaker heb gemaakt, kan ik het niet anders verwoorden….Alweer een bijna dood ervaring…De afgelopen week fietsend door de prachtige besneeuwde bossen, de bomen zwaar van de witte ruige rijp aan de takken. De prachtige blauwe hemel met de zon die al wat kracht krijgt. Ik durf niet te schrijven over de engeltjes, die ik zag vliegen.

Veel dichter bij de hemel kan je niet komen. Vraag is of ik ooit verder kom, gezien mijn verleden hoop ik op het vagevuur in het hiernamaals…als ik daar berouw toon over mijn fouten en leugentjes maak ik misschien nog een kans.

Fietsend, door een prachtige kerstkaart vroeg in de morgen, volstrekte rust. De draai naar het bruggetje over de Geeserstroom en volkomen onverwacht staan daar liefst 6 auto’s.

Buiten staan een stuk of 10 dampende mensen met pakweg 20 camera’s en kijkers. Alle gericht op de oevers van het beekje. Benieuwd naar die grote belangstelling probeer ik met een deskundige vraag meteen de gewenste informatie te krijgen…..”het ijsvogeltje zal het met dit ijs wel moeilijk hebben ?”

De vraag had het gewenste effect. Meteen betrok men mij in de discussie over of het vogeltje aan de oever van de Geeserstroom nu een waterpieper was of een oeverpieper. De waterpieper is niet ongewoon, maar de oeverpieper, zover van de kust is heel bijzonder.

Terug op de fiets bedacht ik, dat dit toch niet mijn wereld is. Gemotoriseerd met een kofferbak vol lenzen de natuur in. Bij de natuurbeleving hoort voor mij een inspanning. Een wandeling door drassige landen of een fietstocht, liefst door de blubber, om dan uiteindelijk ook een vogeltje te zien. Dan hoeft het niet altijd een zeearend te zijn, dan is een mus leuker dan een oeverpieper door het autoraam.

Een ouderwets woord, maar dankbaar, dat ik lekker kan fietsen door de natuur die in ons dorp altijd binnen trapbereik is. Een idee misschien voor de mensen die met naoberschap of vervoer bezig zijn. Een dorpsfiets, waar je samen met een wat minder valide dorpsgenoot een tocht kan maken. Dit hoeft niet perse door de modder. Achterlangs bij Orvelte, om een terrasje te pakken in Westerbork. Door de Broekstreek of het Mantingerzand en halverwege een biertje bij de Voscheheugte. Een pannenkoek in Aalden of een ijsje in Meppen.

Als vrijwilliger kan ik zeker eenmaal per week fietsen en met onze sportieve inwoners die ook de Alpe of Ventoux beklimmen, moet deze fiets regelmatig gebruikt kunnen worden.

Even bluffen..over een jaar of 20 wissel ik dan van positie…..van achter naar voor.