Verhaal 51: Avontuur

Eindelijk een beetje lente. De ooievaars in Witteveen zijn weer terug en zijn op het nest en op elkaar gezien. Het vrijen gebeurt altijd in dezelfde positie, met die lange snavels lijkt een ander standje, 69 bijvoorbeeld, ook wel wat onhandig….

De kou hield dit jaar lang aan. Het gesprek van de dag waren de arctische gevoelstemperaturen. Typisch zo´n begrip uit deze eeuw...gevoelstemperatuur.

Diep in de vorige eeuw was de weerman een stem en een arm, die met vaste hand een zon dan wel regen op de kaart tekende en niet verder vooruit keek dan enkele dagen. Zakelijk vertelde hij de verwachte temperatuur en de windkracht. De dagen erna kon het vriezen of dooien.

Tegenwoordig staan er wulpse weerdames, veel te koud gekleed, ons massaal angst in te boezemen met aanhoudende gevoelstemperaturen waarvan een Eskimo nog de bibbers krijgt.

Maar voelen kan ik zelf wel…

Omdat de Witteveense Boys al zijn uitgeschakeld in de beker moest ik naar het westen voor een potje bekervoetbal. Vooraf een stukje door de stad gefietst en met de ijzige oostenwind in de rug een prachtig beeld, mijn gevoelstemperatuur lag ruim boven het vriespunt.

Wel te hopen dat het op de finaledag warmer is, dan moeten we alweer de Coolsingel op en de fontein in om een feestje te vieren.

Levensgevaarlijk….

De periode van het jaar is ook de tijd om aan de vakantie te gaan denken. Ver en tegenwoordig ook enerverend en spannend ...dat moet een vakantie zijn. Op de buik voor een foto van een mooi bloempje op 6000 meter hoogte in de Himalaya, tussen de piranha´s zwemmen om krokodillen te vangen in de Amazone of berggorilla´s knuffelen in Oeganda.

Terwijl de bossen in Drenthe veel spannender zijn. Binnenkort staan de bermen weer in volle bloei, maar ook het gevaar ligt op de loer. De wolf eet nu nog alleen schapen maar…

Op de fiets heb ik mijn eerste aanvaringen met de killerbuizerd weer gehad. Voor het vierde jaar op rij valt het dier mij aan. Ditmaal voor het eerst, heeft het beest mij ook daadwerkelijk vrij hard geraakt, nog wel op het Oldeveen, de openbare weg. Ik laat mij echter niet kisten en neem het eerste deel van mijn tocht nu een stok mee.


Maar het spannendst zijn mijn ontmoetingen met een Vietnamese vrouw, hiervoor hoef je niet meer naar Azië te reizen, want in de bossen van Gees loopt er regelmatig ééntje. Op het eerste gezicht niet iemand om bang voor te wezen. Maar het kleine vrouwtje heeft, weliswaar aangelijnd, een enorme hond bij haar. Zij komt ongeveer tot de schouder van het beest. Iedere keer dat ik langs fiets maakt het monster aanstalten om mij te verscheuren. De kleine dame zet haar hakken in het zand en hangt met haar volle gewicht achteruit om deze aanval te voorkomen. Gelukkig zijn de pezige Vietnamese vrouwen taai en sterk, onze Amerikaanse vrienden kunnen hierover meepraten. Toch vrees ik de dag dat de hond sterker is dan de bazin.