verhaal 93) Plastic

De wilde zwaan komt de laatste jaren Kerst en de jaarwisseling vieren in onze contreien. Ik peddelde achter Nieuw Balinge langs de kale akkers dwars door een grote groep van zo´n 100 vogels. De vogels herkenden mij waarschijnlijk, want ze keuvelden aan weerszijde van de weg, geen spoor van angst voor de eenzame fietser. Vrolijkheid maakte plaats voor irritatie bij het zien van een grote hoeveelheid plastic afval in de berm. Plastic is alom tegenwoordig, niet alleen als zwerfafval, maar ook de oceanen zitten er vol mee en….een plastic theezakje laat in een kop ongeveer 15 miljard hele kleine stukjes plastic in het kopje achter (Volkskrant 25/9). Op zich al een teken van de technische vooruitgang, dat we deze onvoorstelbare aantallen kunnen meten. Maar plastic is overal, zelfs in de lucht die je inademt. Dagelijks vallen er 365 stukjes microplastic per m2 op een proefveldje in de Franse bergen, in de grote stad Londen loopt dit aantal op tot 1000.

De grotere stukjes die je lichaam binnenkomen poep je uit, maar de kleine stukjes blijven overal achter in het lichaam, het is nog niet duidelijk of en welke schade dit veroorzaakt, verder onderzoek is noodzakelijk.

Straks blijkt dat we de begraafplaatsen niet meer mogen gebruiken vanwege de niet afbreekbare vervuiling in het lichaam van de overledene... dan moet oma maar mee in de oranje kliko. Mijn eigen wens om, na overlijden, op aarde terug te komen als putter of desnoods huismus kan Petrus in de nabije toekomst niet meer honoreren….¨mijnheer Joep, als U persé als vogel wilt, kunnen wij U, gezien de staat van Uw lichamelijk overschot, hoogstens terugsturen als badeend¨

Trui

Na een koude winterse fietstocht, nog voor de warme thee, snel mijn huiskloffie aangetrokken. Iedereen heeft wel een kledingstuk in de winter waarmee hij/zij een diepe, bijna persoonlijke, band heeft. De één staat met een kleurrijke shawl bij de kerstviering en het carbidschieten...de ander heeft al jaren een prachtige grijze muts, als verlengstuk van zichzelf, op het hoofd.

Mijn favoriet, een blauwe slobbertrui….bleef ongeveer 40 jaar geleden hangen in mijn stamkroeg, in de tijd dat ik als nachtburgermeester van Utrecht vrijwel dagelijks na sluitingstijd de weg naar huis zocht. Het was op een koude avond, dat ik de doorrookte trui aantrok om mij tegen de felle kou te beschermen.

Sindsdien zijn wij in de winter onafscheidelijk. Op een Winteravond, Terschelling, bij Hessel in de kroeg, deed ons woeste uiterlijk van een walvisvaarder, alle vrouwenharten smelten. We kozen samen voor een Friezin, die ons uiteindelijk naar Drenthe lokte.

Maar de trui loopt op haar laatste benen…..ik moet haar voorzichtig helpen bij het aankleden. Uitkleden doe ik tegenwoordig beneden, het traplopen lukt niet meer. Om warm te blijven trek ik er zelf vaak nog een sweater onder aan, ze zal niet merken dat haar rol bijna is uitgespeeld. Mijn oorspronkelijke wens dat zij om mijn botten zal verrotten op een hoekje van het kerkhof in Witteveen lijkt ver weg….een droevig eind in de grijze kliko nadert.