Verhaal 25: De Verbeelding

Soms neemt de linkerhelft van de hersenen de macht over en slaat de rekenmachine op hol, maar ook de rechterhelft neemt af en toe, ondanks dat ik op de fiets zit, een loopje met mij.

Dat is de kant van ruimte en tijd…de verbeelding grijpt de macht.

In Meppen staat een viertal machtige brouwerij paarden in het land, en plots waan ik me in de 18e eeuw in de straten van Gent.

De wielen van de wagen ratelen over de kasseien. Op de bok zit een koetsier, linkerhand losjes de teugels vast, terwijl in zijn rechter uiteraard een Kwak, het koetsiersbier (nr19). Een beetje dronken geeft niet, want de paarden weten zelf feilloos de weg naar café “'T Einde Der Beschaving ”, om daar de vaten met gerstenat af te leveren.

 

Qua plaats en tijd onmogelijk. De paarden zijn natuurlijk een hobby van een té rijke dame uit Gees, die niet meer zelf op een paard durft, terwijl de 18e-eeuwse paarden allang hun weg hebben gevonden naar de Vlaamse stoofpot.

Oldeveen(2).

Meestal echter is ook het Oldeveen een plezier om over te fietsen (nr 24). Bij een zuidwestenwind, toch veel voorkomend, kan de fiets in de zwaarste versnelling.

Als ik in de verte vóór mij Tom Du Moulin zie trainen voor de proloog, wil ik wel eens tempo rijden om hem in te halen. Echter vaak is ook langs deze weg veel te genieten. Aan beide zijden een open landschap, de eiken langs de kant hinderen het uitzicht niet. In de ochtend een prachtige opkomende zon en aan de andere kant een gloedvolle zonsondergang bij een late rit.

Nu aan het eind van de winter zijn er vaak groepen trekvogels te zien, die hier de kou het noorden zijn ontvlucht. Eerder schreef ik over de massale volksverhuizing van de ganzen. Maar ook de zwanen zijn een prachtig gezicht en maken hierbij een imponerend geluid. Het kunnen wilde zwanen zijn, of zelfs de kleine zwaan. Deze is zeldzaam en overwinteren bijna allemaal in ons land. Beide vogels hebben een gele snavel, dit in tegenstelling tot de oranje snavel van de bekende knobbelzwaan.

Grappig als de groep gaat landen, dat lijkt nergens op, ik denk dat een botbreuk tijdens het landen, net als bij ons mensen, een veelvoorkomende blessure is bij de wintersport van deze vogels.

 

Minder opvallend zijn de groepen lijster-achtige die in de eiken langs de weg even rusten en elkaar dan even de laatste nieuwtjes toe kwetteren. Is het een kleine groep dan zijn het vaak kramsvogels, als het een grotere groep is betreft het koperwieken. Vaak lijken ze door de lichtinval donkergrijs, maar met een beetje geluk zie je deze kleurrijke vogels beter van dichtbij.

Echt prachtig is het, als de kleine donkere propjes plots een paar prachtige goudvinken blijken te zijn. Blij van het zien van de vinken en dorstig na mijn bezoek aan Gent draai ik aan het einde van het Oldeveen weer linksaf richting Witteveen.